Toelatingsbeleid

Toelatingsbeleid

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Toelatingsbeleid van de Duinroos
 
 
1. BEGRIPSOMSCHRIJVING
 
Met toelating wordt bedoeld: het besluit om een aangemeld kind daadwerkelijk als leerling van de school toe te laten. Toelatingsbeleid wordt ook wel ‘aannamebeleid’ genoemd. Het gaat er hierbij om de afwegingen die een school maakt ten aanzien van het besluit om een kind al dan niet als leerling toe te laten, c.q. aan te nemen.
 
Naast dit toelatingsbeleid is er voor de basisschool De Duinroos ook een regeling waarin de procedure van aanmelding, toelating en inschrijving van nieuwe leerlingen is vastgelegd.
 
2. DOEL EN UITGANGSPUNTEN
 
a) Dit toelatingsbeleid is erop gericht om de instroom van nieuwe leerlingen te reguleren, met als doel een stabiele schoolorganisatie te realiseren waarbinnen kinderen zoveel en zo goed mogelijk passend onderwijs geboden krijgen.
 
b) Het toelatingsbeleid is er niet op gericht om kinderen te weren; de school wil echter ook niet ongebreideld kinderen toelaten, maar wil dit in zekere zin reguleren. De argumenten daarvoor zijn:
 
De school wil niet verder uitgroeien dan de omvang van 17 groepen, waarbij het streefbeeld is 5 onderbouwgroepen (leerjaar 1/2) en uiterlijk vanaf leerjaar 3 steeds 2 parallelgroepen per leerjaar met een maximum aantal leerlingen van 56 per leerjaar (= 28 per parallelgroep). Deze omvang zorgt voor solide financiële basis en biedt daardoor ook diverse mogelijkheden op school organisatorisch gebied en afgeleiden daarvan (o.a. onderwijsinhoudelijke ontwikkeling, personeelsbeleid, beleid t.a.v. huisvesting).
 
Tevens is er op de huidige locatie fysiek geen ruimte voor meer dan 17 groepen.
 
Verder wil de school ervoor waken om kinderen toe te laten die een onderwijsbehoefte hebben waarin de school niet kan voorzien omdat deze de zorgcapaciteit van de school overschrijdt.
 
Deze bovenstaande aspecten vormen de specifieke uitgangspunten van basisschool De Duinroos voor haar toelatingsbeleid.
 
c) Verder zijn er uitgangspunten die voortkomen uit de grondslag van de school:
 
 
 
 
Toelatingsbeleid de Duinroos maart 2018 1
 
 
De Duinroos ressorteert onder het bevoegd gezag van de Stichting Prohles te Katwijk en heeft een protestants christelijke grondslag. Dat betekent dat bij toelating geen onderscheid wordt gemaakt op basis van de levensbeschouwing, c.q. geloofsovertuiging van de aangemelde kinderen en/of hun ouders. Wel verwachten wij dat zij de grondslag respecteren.
 
De school maakt bij de toelating ook geen onderscheid naar geslacht, ras en huidskleur, etnische achtergrond, afkomst, sociale status en seksuele geaardheid van de aangemelde kinderen en/of hun ouders. In principe is elk kind welkom en is de school voor elk kind toegankelijk.
 
d) Op basis van al deze uitgangspunten hanteert de school een aantal criteria bij de afweging of een aangemeld kind ook daadwerkelijk als leerling wordt toegelaten. De school wil de vrijheid van ouders ten aanzien hun keuze van de school voor hun kind respecteren.
 
 
 
3. CRITERIA BIJ DE TOELATING
 
Als een kind door diens ouders/verzorgers wordt aangemeld, wordt daarna door de school een besluit genomen over het al dan niet toelaten van het aangemelde kind als leerling van de school. De afweging die moet leiden tot dit besluit gebeurt aan de hand van de volgende criteria:
 
a) De school ziet als haar primaire voedingsgebied de wijken Katwijk midden en de Zanderij, maar staat ook open voor kinderen uit andere delen van Katwijk of van buiten het dorp. Er worden geen geografische grenzen in acht genomen bij de aanname van nieuwe leerlingen.
 
b) De school onderzoekt vóór het besluit tot al dan niet toelating zorgvuldig in hoeverre de onderwijsbehoefte van een aangemeld kind past binnen de zorgcapaciteit en onderwijskundige mogelijkheden van de school. Als daarbij blijkt dat een kind dermate belemmeringen heeft ten aanzien van het onderwijsleerproces, dat die de capaciteit van de school – in deskundigheid, tijd, voorzieningen en/of facilitering – overstijgen, kan het besluit worden genomen om het aangemelde kind niet toe te laten. Dit geldt alleen bij instroom in hogere groepen.
 
c) Wanneer de vorige school een negatief advies geeft over plaatsing op een andere basisschool wordt de leerling niet aangenomen.
 
Toelichting:
 
Na de aanmelding volgt een kennismakingsgesprek met de ouders, waarbij de ontwikkeling van een kind in kaart gebracht wordt. De school krijgt informatie over het gedrag en de ontwikkeling van het kind ingewonnen bij de peuterspeelzaal en/of kinderdagverblijf. Zonder meer geldt dat een kind pas toegelaten kan worden als het overdag zindelijk is.
 
Bij zij-instromers (kinderen die al 4 jaar zijn en van een andere basisschool overstappen) wordt informatie opgevraagd bij de vorige school. Eventueel volgt er in school een didactisch
 
 
Toelatingsbeleid de Duinroos maart 2018 2
 
 
onderzoek (door de IB-er) om een zorgvuldige inschatting te kunnen maken van het ontwikkelingsniveau van het kind. Op basis van de zo verkregen gegevens maakt het zorgteam een afweging in hoeverre de school in staat is om het kind ook goed te kunnen begeleiden. Deze toelatingscommissie komt dan met een voorstel; het uiteindelijke besluit wordt door de directeur genomen.
 
d) Wanneer in een groep al een aantal leerlingen zit met extra ondersteuningsbehoeften, moet gekeken worden of een nieuwe leerling (waarvan bekend is dat hij specifieke ondersteuningsbehoefte heeft) zorg geboden kan worden in betreffende groep. Het is nodig dat er in het beleid duidelijkheid is over de criteria wanneer een leerling extra ondersteuningsbehoeften nodig heeft en hoeveel leerlingen met extra ondersteuning er in een groep geplaatst kunnen worden. Ondersteuningsbehoeften kunnen zich richten op gedrag, taal of leerprobleem (grotere achterstand van anderhalf jaar). De grens die gehanteerd wordt is een maximum van 28 leerlingen en maximum van drie leerlingen met specifieke ondersteuningsbehoeften in een groep. Alle tussentijdse instromers worden in het zorgteam besproken, bij plaatsing worden leerkrachten van de parallelgroepen betrokken. Het beleid voor de plaatsing van anderstalige nieuwkomers wordt apart beschreven.
 
e) Per leerjaar geldt een maximum van 56 leerlingen die toegelaten worden.
 
Toelichting:
 
Er is gekozen voor het maximumaantal van 56 omdat het streefbeeld is een basisschool te vormen met maximaal 17 groepen en uiterlijk vanaf leerjaar 3 steeds 2 parallelgroepen van maximaal 28 leerlingen elk. Dit aantal van 56 kan overigens overschreden worden door kinderen die in een bepaald leerjaar doubleren. Het beleid van de school is er echter op gericht de leerlingen in 8 jaar tijd de basisschool te laten doorlopen, zoveel mogelijk in een ononderbroken ontwikkelingsproces met enkel een doublure bij uitzondering en alleen dan als dat in het belang van het kind is. Bij 8 leerjaren met maximaal 56 kinderen zal het totaalaantal leerlingen dan maximaal 8 x 56 = 448 zijn.
 
f) Kinderen die aangemeld worden nadat het maximumaantal van dat leerjaar is bereikt worden niet toegelaten; deze kunnen wel op de wachtlijst komen te staan als de ouders dat wensen. De datum van ontvangst van het ingevulde aanmeldingsformulier bepaalt de volgorde van de wachtlijst (volgens het principe van ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’).
 
g) Een uitzondering op pt. d) wordt gemaakt voor broertjes en zusjes van kinderen die al leerling van de Duinroos zijn. Zij worden toegelaten, ook al is het maximumaantal ingeschreven leerlingen van het betreffende leerjaar bereikt. Wat echter niet onder deze uitzonderingsbepaling valt is de situatie wanneer ouders twee of meer kinderen aanmelden, waarbij voor de een wel meteen plaats is en voor de ander(en) niet. In dat geval kunnen de ouders geen beroep doen op deze uitzonderingsclausule.
 
 
 
 
 
Toelatingsbeleid de Duinroos maart 2018 3
 
Toelichting:
 
De directie van de school draagt er zorg voor dat er regelmatig (minimaal 1x per kwartaal) in de periodiek verschijnende nieuwsbrief een artikel gepubliceerd wordt waarin ouders van reeds ingeschreven leerlingen opgeroepen worden om hun nog niet-schoolgaande kinderen zo snel mogelijk in te schrijven. Tevens wordt van leerkrachten verwacht dat zij gezinsuitbreiding bij een leerling doorgeven aan de directie. Dat laatste wordt ook verwacht van ouders en wordt hen ook medegedeeld tijdens het intakegesprek. Tweemaal per jaar (in oktober en juni) vindt er een controle plaats onder alle leerlingen om na te gaan wie broertjes of zusjes heeft die nog geen 4 jaar zijn en nog niet ingeschreven zijn; de directie draagt hier zorg voor.
 
Met deze bovenstaande actie wordt beoogd dat broertjes/zusjes van reeds ingeschreven leerlingen zo snel mogelijk aangemeld worden en daardoor binnen de eerst 56 aangemelde kinderen per geboorte-/leerjaar vallen.
 
h) Ten aanzien van de uitzonderingen zoals beschreven onder de punt g geldt een nieuwe maximum, nl. 30 per groep, c.q. 60 per leerjaar. Dat betekent dat bij het bereiken van het maximum van 28 per groep (oftewel 56 per leerjaar) kinderen op basis van deze uitzonderingen kunnen worden toegelaten tot een maximum van 30 per groep, c.q. 60 per leerjaar.
 
i) In geval zich een situatie voordoet waarin dit toelatingsbeleid niet voorziet vindt er overleg plaats tussen directeur en medezeggenschapsraad, waarbij de directeur een beargumenteerd voorstel formuleert dat ter instemming aan de medezeggenschapsraad wordt voorgelegd.
 
4. EVALUATIE
 
a) Het toelatingsbeleid wordt jaarlijks geëvalueerd binnen de behandeling van het jaarverslag. Vanuit die evaluatie wordt bezien of bijstelling van dit beleid noodzakelijk is.
 
b) Bij die evaluatie worden zonder meer de volgende gegevens weergegeven:
 
de aantallen leerlingen per leerjaar en per groep op de 1e  schooldag;
 
ontwikkeling van het aantal leerlingen per leerjaar en per groep gedurende het schooljaar (aantal in- en uitschrijvingen);
 
het aantal kinderen per leerjaar en per groep dat op basis van een uitzonderingsclausule werd toegelaten, met een korte verduidelijking per casus;
 
aantal aangemelde kinderen per leerjaar dat op de wachtlijst staat;
 
aantal aangemelde kinderen per leerjaar dat niet werd toegelaten op basis van de zorgbehoefte, met een korter verduidelijking per casus.
 
c) Toelatingsbeleid impliceert ook de mogelijkheid dat er kinderen niet worden toegelaten tot de school. Dat is altijd een moeilijke beslissing en doorgaans ook een pijnlijk gegeven voor het betreffende kind en diens ouders. Het is daarom dan ook
 
 
Toelatingsbeleid de Duinroos maart 2018 4
 
 
van belang zorgvuldig te volgen of de in dit stuk beschreven criteria in de praktijk niet leiden tot ongewenste situaties of neveneffecten. Ook dit aspect dient in de evaluatie aandacht te krijgen.
 
 
 
5. VASTSTELLING
 
Betreffende dit toelatingsbeleid is overleg gevoerd met de Medezeggenschapsraad (MR) van de school. De instemmingsverklaring van de MR is separaat bijgevoegd.
 
 
Vastgesteld op ……………………………. te Katwijk.
 
 
Handtekening voorzitter
 
 
Handtekening directeur
 
 
 
 
____________________________
 
 
 
 
____________________________
 
 
 
 
 
 
 
Bijlage 1
 
Zorgleerlingen per groep.
 
Definitie:
 
Een zorgleerling is een kind dat het reguliere onderwijsaanbod óf in aanleg niet aankan óf zodanig wordt geblokkeerd of belemmerd, dat het pedagogisch-didactisch proces te weinig rendement oplevert, gerelateerd aan zichzelf of aan de landelijke norm. Het gaat om kinderen die in vergelijking met andere kinderen in de groep om een andere en extra investering vragen. Het gaat hierbij niet om kinderen die langdurig ziek zijn geweest.
 
Verdeling maken tussen cognitieve en gedragsproblemen in de groep. een zorgleerling gedefinieerd als een leerling:
 
* voor wie een individueel handelingsplan bestaat, en/of
 
* voor wie specifieke aanpak of extra hulp nodig is, en/of
 
* die een specifiek probleem of beperking heeft.
 
Per individuele aanmelding wordt bekeken of de aangemelde leerling wordt toegelaten. De beslissing wordt genomen door de directie. Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
 
 
 
 
 
 
Toelatingsbeleid de Duinroos maart 2018 5
 
Een evenwichtige balans in de groepsgrootte. Wanneer het leerlingenaantal van de groep door de plaatsing een aanvaardbare grootte overstijgt, is er altijd overleg met de groepsleerkracht;
 
Een evenwichtige balans in de groep tussen zorg en niet-zorgleerlingen, waarbij de aspecten sociaal-emotionele gesteldheid, taal en cognitieve achterstanden de beoordelingscriteria vormen;
 
De realisatie van kwalitatief goed onderwijs, zoals beschreven in het schoolplan;
 
· De eventuele testgegevens van het kind;
 
Het eventueel aanwezige onderwijskundige rapport van een leerling, wanneer deze al eerder een school heeft bezocht;
 
De school probeert altijd ergens een passende plek te creëren, dit impliceert niet dat we inclusief onderwijs bieden. Specifieke individuele zorg voor een kind kan dus een belemmering zijn.
 
Samengevat:
 
1. Zorgleerling is leerling waarbij contact is geweest met zowel ouders als IB-er over de aanpak in de groep en waarvoor een aparte aanpak is afgesproken. Voorbeelden:
 
a. Gedrag
 
b. Uitvallen vakgebied (aparte leerlijn)
 
c. NT2-problematiek
 
d. Dyslexie / dyscalculie
 
2. Als er drie zorgleerlingen in een groep zitten, hebben we het recht om een nieuwe leerling die ook als zorgleerling bestempelt zal worden, te weigeren.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Toelatingsbeleid de Duinroos maart 2018 6